Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

August Willemsen


Fernando Pessoa. Tekening José de Almada Negreiros


Interview in Haarlems Dagblad, 1 november 2005, n.a.v. een kunstproject in het kader van de Kunstlijn in Haarlem, 2, 3 en 4 november 2005


Poëziealbum van de ziel August Willemsen over de stromannen van Fernando Pessoa
 
Zelf had Fernando Pessoa nauwelijks belangstelling voor andere kunstvormen dan literatuur. Wat zou hij ervan hebben gevonden dat zijn gedichten en proza in Haarlem, zeventig jaar na zijn dood, de aanleiding vormen voor een 'multi artproject' met verschillende kunstenaars? Hij zou er vast en zeker een kritische beschouwing aan hebben gewijd. Zelf, of verstopt achter het masker van een van zijn heteroniemen, zijn literaire alter ego's.

Een van de deelnemers aan het kunstproject is de man die de grote Portugese dichter in Nederland bekendheid gaf, August Willemsen. Vanaf 1978 bracht Willemsen verschillende bundels uit met vertalingen van Pessoa's gedichten en prozastukken. In Het Seinwezen is hij te beluisteren op een geluidsband, waarop hij gedichten voordraagt in de Nederlandse vertaling, afgewisseld door de oorspronkelijke versies gelezen door de Portugees Quim.

Poëziealbum van de ziel - Willemsen vindt het eigenlijk wel een mooie titel, zegt hij. 'Met al z'n vaagheden natuurlijk. Het heeft wel iets van een prentenboek. Het verband met het werk van Pessoa, als er al een verband is, lijkt me tamelijk los. Wat niet wegneemt dat het totaal best mooi kan zijn', aldus Willemsen.

Al lang voordat hij in 1978 de eerste bundel met poëzie en proza liet verschijnen vertaalde hij voor eigen gebruik Pessoa's wonderlijke gedichten. Hij kwam met diens werk in aanraking toen hij aan het begin van de jaren zestig Portugees studeerde. Wat was het dat hem betoverde? Willemsen: 'Het idee van de heteroniemen. Dat vond ik het ei van Columbus. Om de tegenstrijdigheden die iedereen heeft uit te splitsen in verschillende karakters. Eigenlijk is het zo voor de hand liggend. Dat ik daar zelf niet opgekomen ben, dacht ik!'

Puberale thematiek


Wie Fernando Pessoa wil lezen krijgt niet alleen met hem te maken, maar met een groot aantal dichters en schrijvers, die hij zelf schiep en die elk onder 'hun' eigen naam schreven. Alberto Caeiro, Ricardo Reis, Álvaro Campos en Bernardo Soares zijn de bekendste. Deze raadselachtige figuren waren Pessoa's heteroniemen, dat wil zeggen verzonnen personages die de leegte moesten bevolken die Pessoa aantrof in het Portugese literaire klimaat van zijn tijd. Ze waren voor Pessoa de intellectuele sparringpartners die hij node miste. Bovendien boden ze de mogelijkheid om ideeën en gevoelens te uiten die hij namens zichzelf liever meed.

'Verder was het de puberale thematiek die me trof', zegt Willemsen. 'Die geconcentreerdheid op zichzelf. Hoe gedraag ik mij tegenover anderen? Wie ben ik? Wat is de zin van het leven? Hij is in wezen nooit student af geweest. Dat spreekt me nog steeds aan, en een hoop andere mensen ook. Het is een bijzondere gave om in poëzie heel ingewikkelde dingen te zeggen in eenvoudige woorden. Hoe vaak heb ik niet horen zeggen: Poëzie is niets voor mij, maar dít begrijp ik wel.'

Willemsen legt uit waarom Pessoa een bij uitstek moderne dichter is. 'Hij is modern in de zin van anti-romantisch. Dat blijkt al uit zijn taalgebruik, dat absoluut niet romantisch is. Zijn gedichten vertonen wel symbolistische trekjes, zoals hoofdletters voor bepaalde zelfstandige naamwoorden, puntjepuntjepuntje achter sommige zinnen. Maar hij is toch vooral de man van de gewone, prozaïsche woorden. In veel van zijn nog onvertaalde proza komen zelfs vloeken, scheldwoorden en platte seksuele termen voor.'

Pessoa's werk is in het verleden meerdere malen gebruikt voor theatervoorstellingen. Ode van de Zee bijvoorbeeld is op het toneel gebracht. Maar laat zijn werk zich ook gebruiken als inspiratiebron voor beeldende kunst en muziek, zoals de organisatoren van Poëziealbum van de ziel  willen? Willemsen: 'Toch wel. Veel gedichten hebben visuele aspecten.'
 
'Er wordt uit het raam gekeken, naar de huizen aan de overkant, de zon komt erin voor, maanlicht, de Taag. Pleinen en straten in Lissabon. Tegelijk is zijn werk ook abstract vanwege de redenaties. Hij beschrijft zijn slapeloosheid, metafysische problemen. De muziek is het meest problematisch. Muziek speelt in zijn werk geen enkele rol. Hij verwijst wel af en toe naar oude wijsjes, flarden pianomuziek die hij hoort opstijgen door het geopende raam. Maar eigenlijk had hij helemaal geen boodschap aan muziek. Het ging hem uitsluitend om taal en literatuur. Hij zei over zich zelf dat hij een literair denkend mens was.'

Seksuele driften

Had hij dan helemaal geen belangstelling voor de zichtbare wereld? Nee, zegt Willemsen. 'En ook niet voor zijn eigen lichamelijkheid en die van andere mensen. Tenminste niet op een hoog bewustzijnsniveau. Maar op een laag niveau weten we het niet. Seksuele driften laten zich niet zo makkelijk verdringen. Ook niet bij hem. Dat blijkt uit de hevigheid waarmee het seksuele opduikt in sommige van zijn geschriften. Hij ervaarde het als een gemis in zichzelf. Daarom heeft hij het heteroniem Alberto Caeiro bedacht, voor wie alleen de uiterlijke werkelijkheid bestond. Zo heeft hij de uiterlijke werkelijkheid zijn werk in gesmokkeld.'

Een van de voorgedragen stukken is het gedicht Sigarenwinkel, geschreven in januari 1928. Het alledaagse uitzicht vanuit Pessoa's kamer op de sigarenwinkel aan de overkant van de straat vormt hierin de aanleiding voor een lange filosofisch-poëtische verhandeling. Pessoa was trouwens een verwoed roker, hij rookte tachtig sigaretten op een dag. Willemsen: 'Als dit gedicht direct in het Engels was vertaald, was hij toen al wereldberoemd geweest. Dan had hij meteen de status van T.S. Eliot gehad. Een centraal gedicht in zijn oeuvre. Heel karakteristiek voor Pessoa, of eigenlijk voor Álvaro de Campos, het heteroniem onder wiens naam het geschreven is. Het bevat de belangrijkste thema's van zijn werk. En er zit een zweem van zwarte humor in. Zoals die passage, waarin hij schrijft dat hij zich afkeert van het raam en zich afvraagt: wat zal ik nu eens gaan denken? En dat voor iemand als Pessoa, die altijd aan het denken was!'

Willemsen heeft eens geschreven dat Pessoa zijn heteroniemen bedacht om te ontsnappen aan het gevoel van leegte van zijn bestaan. 'Een waarheid veinzen om te ontkomen aan het niets', noemde hij deze drijfveer. Maar doet niet iedere kunstenaar dat? Willemsen, peinzend: 'Dat weet ik niet. Er zijn genoeg kunstenaars die als ze in zich zelf kijken juist een heleboel zien. Als ik denk aan Lucebert, die vanuit een innerlijke volte, een ideeënrijkdom schiep…'
 
'Natuurlijk zat ook Pessoa boordevol ideeën en gevoelens. Maar hij voert zo vaak het thema 'niets' op. 'Ik kan niets, ben niets, wil niets.' Als hij in zich zelf keek zag hij kennelijk niets. Al die figuren, personages die hij verzon. Ze hadden hun eigen ideologie, waarheid, houvast. Iets wat Pessoa zelf niet had. Dat benadrukte hij telkens weer. Hij zette zijn personages als een soort stromannen neer. Hij had echt het gevoel dat hij niets betekende. En dan heeft het geen zin als er iemand op je schouder slaat, en zegt: Kom op joh, je hebt zulke goeie gedichten geschreven!'
 
'Hij had er ook wel een besef van, maar zijn gevoelens zeiden dat hij niets waard was. Daar is niet tegenop te boksen. Dat is wat in de moderne psychologie het 'zelfbeeld' heet. Het gaat niet om wat je in werkelijkheid betekent, maar om de voorstelling die je van je zelf hebt.'

Willemsen is op dit moment druk doende een bundel af te ronden met vertaalde gedichten van Álvaro de Campos, die in april moet verschijnen bij De Arbeiderspers. Later dat jaar moet een tweede bundel gedichten van dit heteroniem volgen. Willemsen: 'Steeds meer ervaar ik de schoonheid van het werk dat de heteroniemen geschreven hebben. Die verscheidenheid en vindingrijkheid. Al die verrassende beelden in één gedicht. Dat vind ik veel belangrijker dan het zoeken naar een psychologische verklaring. Ergens is het wel goed wanneer, zoals in het Poëziealbum van de ziel, de heteroniemen er niet bij staan. Het is toch allemaal Pessoa.'