Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

Erick van Egeraat

 
Zaal van de Stadsschouwburg Haarlem, artist impression van EEA



Uit het boek Het Geschenk, Stadsschouwburg Haarlem 1918-2009, door Ko van Leeuwen en Wim de Wagt

English version


Architectuur en ornament
 
‘Vanaf de jaren zeventig zijn weliswaar uitstekende theaters gebouwd in technisch opzicht, maar de ambiance van deze gebouwen kan de toeschouwer niet in vervoering brengen, zoals dat in klassieke theaters wel het geval is. Het zijn kale kisten waar kraak noch smaak aan is. De winst van de technische know how ging gepaard aan een miskenning van de beleving van de ruimte en de betekenis van het ornament. De waarde van gebouwen uit de jaren twintig en dertig heeft juist te maken met de toegepaste ornamenten en het kunstige karakter van de architectuur. Het is onbegrijpelijk dat zelfs in de theaterbouw de functionaliteit niet meer werd gecombineerd met sfeer en verbeeldingskracht. De heersende mening onder architecten is nog steeds dat ornament verhult, misleidt, dat het niet eerlijk is.’

‘Als architect moet je de verschillen leren beheersen. Ik vind het respectloos als een uitbreiding tegen een oud gebouw wordt geplakt, zoals de vleugel van Pi de Bruyn aan het Concertgebouw in Amsterdam. Dat getuigt van een gebrek aan waardigheid. Voor de stadsschouwburg wilde ik een ontspannen aansluiting tussen oud en nieuw. “Laten we doen wat het gebouw doet”, was mijn credo. Soms krijg ik te horen dat ik me zo gedienstig opstel tegenover de bouwopgave. Het is mijn bedoeling om overgangen te maken. Gebouwen moeten niet in één keer te begrijpen zijn. Ik wil me zelf geen theoretisch kader opleggen, dat is dodelijk. Hoewel sommige collega’s me in een vakje proberen te duwen, om me vervolgens daarover ter verantwoording te roepen.’

‘Gebouwen moeten een iconische waarde hebben. Ik pas er voor om slechts één enkele vorm aan een bestaand gebouw toe te voegen. Ik laat me leiden door de geschiedenis, moderniteit, functionaliteit, politiek. Zo ontstaat een hybride object. Je kunt er niet echt tegen zijn, er is altijd wel iets van je gading. Dat is misschien wel een nadeel van mijn werk. Vanwege het gebrek aan eenduidigheid stelt het misschien teleur. Ik heb de neiging om verschillen op te zoeken en die dan weer met elkaar te verbinden. Dat irriteert mijn collega’s. Daar scheiden zich onze wegen. Waarom zou ik kiezen voor maar één ding?’

‘Mij stoort de vervlakking in de cultuur. In Midden- en Oost-Europa is meer Europese ziel aanwezig dan bij ons. Ik ben een kind van de Koude Oorlog. Vóór de val van de muur (1989) ging je niet naar ‘de andere kant’. Voor mij kwam de omslag rond 1990. Toen ben ik veel in Boedapest, Praag, Wenen, Dresden, Rusland geweest. Ik ontdekte: daar is waar we vandaan komen. Daar liggen de wortels van de Europese cultuur. Veel meer dan in Engeland, Spanje of Italië. Frankrijk is ook eigenwijzer gebleven dan de rest van West-Europa, dat zo vervlakt is, ook door de invloed van de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog. Midden-Europa ís Europa. Juist door die onderlinge verschillen is Europa als geheel zo rijk. Die waarde moeten we gebruiken. Misschien daarom wil ik geen gebouwen maken die slechts één ding zijn.’