Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

Joost Swarte

  
© Joost Swarte


Interview in Haarlems Dagblad, 21 november 1996, n.a.v. de tentoonstelling 'Joost Swarte – De architectuur verbeeld', ABC Architectuurcentrum, Haarlem

'Gebouwen hebben altijd een functie in mijn tekeningen'

Joost Swarte werkt veelvuldig met architectuur in zijn tekeningen, of het nu gaat om afzonderlijke ruimtes, fragmenten van gebouwen of stadsgezichten. Deze belangstelling voor de bouwkunst, maar ook meubelkunst en industriële vormgeving, dateert niet van vandaag of gisteren. Al tijdens zijn studie aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven voelde Swarte (geboren in Heemstede, 1947) zich aangetrokken door het Bauhaus, de multidisciplinaire kunstopleiding in het vooroorlogse Duitsland.

Tijdens een stage bij de firma De Zeeuw Golfkarton mocht hij een nieuwe balie voor dit bedrijf ontwerpen en bedacht hij de decoratie voor een fabriekshal. Klusjes die hem zeer goed bevielen. De academie maakte hij echter niet af. Swarte: 'Persoonlijke expressie werd in de vormgeving toen niet zo belangrijk gevonden. In het tekenen van strips kon ik mijn ei wel kwijt. En daarin kon ik ook de architectuur en vormgeving een rol geven.' 

De manier waarop hij dit deed trok in binnen- en buitenland de aandacht. Zo werd hij gevraagd omslagen voor Franse architectuurtijdschriften te ontwerpen, deed hij mee aan de tentoonstelling De Geïllustreerde Stad in Barcelona (1994) en maakte hij de affiche voor de Haarlemse Open Monumentendagen 1995.
 
Swarte houdt van moderne architectuur waar een persoonlijke opvatting uit spreekt, zegt hij. Desgevraagd somt hij een rijtje namen op: Rietveld, Eileen Gray, Melnikov, Pierre Chareau, Frank Gehry. Al vroeg raakte hij ook geboeid door het werk van de Franse architect Robert Mallet-Stevens die hij een 'moderne architect met een persoonlijke signatuur’ noemt.Swarte: ‘Mallet-Stevens nam het totaalconcept als uitgangspunt. In Parijs is een straat waar hij niet alleen de gebouwen, maar ook de lantaarnpalen voor heeft ontworpen. De hele omgeving ademt zijn signatuur. Dat ligt natuurlijk dicht bij de tekenaar die in zijn werk ook alles naar zijn hand zet. Maar in tegenstelling tot de architect moet ik de eigenschappen van een heel gebouw in slechts enkele vlakken weergeven. Als ik bijvoorbeeld een binnenruimte teken kan ik twee, hooguit drie wanden laten zien. Ik teken ook geen realistische architectuur, daar gaat het me niet om. De functies die ik nodig heb moeten aan bod komen, dat in de eerste plaats.’
 
‘Voor ik begin maak ik altijd eerst een schetsje van een bepaalde ruimte. Soms betrap ik me er op dat ik zo verknocht raak aan bepaalde architectuur dat ik me te veel met de details bezighoud, zoals de vormgeving van een raam. Voor je het weet ben je dan zelf aan het ontwerpen. Er komen ruimtes en gebouwen voor in mijn tekeningen die ik persoonlijk zou willen bezoeken.’
 
‘Tegenwoordig teken ik architectuur zoals ik dat nodig vind. Maar voor het zover was heb ik een hele ontdekkingtocht gemaakt, geleid door mijn eigen belangstelling. Eerst het Bauhaus, toen de Amsterdamse School, daarna de Art Nouveau (hoewel ik in mijn tekeningen daar niets van gebruikt heb). Mijn tekeningen verraden welke belangstelling ik in welke periode had.’
 
De greep uit zijn oeuvre die Swarte in het ABC laat zien omvat prenten, affiches en kalenders, vooral daterend uit de laatste vijf jaar. Ook zijn er maquettes – zoals een imaginair ontwerp voor ‘Het ideale vakantiehuisje’ –, objecten die hij ontwierp voor De Geïllustreerde Stad en meubelstukken. Hij ontwierp onder meer een leestafel met krukjes (taboeretjes) in opdracht van het Frans Halsmuseum en kindermeubeltjes voor het Van Reekummuseum in Apeldoorn.
 
Verteller van verhaaltjes
 
Zijn afgebroken opleiding als industrieel vormgever heeft hem dus nooit helemaal losgelaten. En net als bij het maken van zijn tekeningen is Swarte ook bij het ontwerpen van meubelen een verteller van verhaaltjes. De vorm van de leestafel en de taboeretjes zijn bijvoorbeeld gebaseerd op de letters A en Z, legt hij smakelijk uit. ‘Ik kon natuurlijk niet alle letters gebruiken, dan zijn er veel te veel. Als ik er maar een paar gebruikte was dat weer niet aardig voor de letters die niet aan bod komen. Vandaar alleen de A en de Z, die voor het hele alfabet kunnen staan.’
 
Een ander meubelstuk met een kwinkslag is de zogenoemde ‘Worteltjestafel’. ‘Het is altijd oorlog in de keuken tussen de messen en de ingrediënten. En altijd winnen de messen, terwijl de groenten in de pan worden gehakt. Daarom steunen de wortelvormige poten van mijn keukentafel op mesjes, die er nu als het ware onder worden gehouden.’
 
Zou hij soms zelf architect willen zijn? 'Mmh, het is belangrijk dat ik in mijn werk voldoende van mijzelf kwijt kan. Als ik architectuur in mijn tekeningen gebruik ben ik daar helemaal vrij in. Ik hoef me niet te verantwoorden voor de stijlkeuzes die ik maak en heb de vrijheid om een idee op papier te zetten zoals ik dat wil. Nee, architectuur is voor mij geen hogere zaak. Ik denk echt niet: weg met dat verzurende papier, steen moet het zijn!'