Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

Menno Ravenhorst


Menno Ravenhorst, A Day in the City, 2006


Interview in Haarlems Dagblad, 23 augustus 2006, n.a.v. de tentoonstelling ‘New Yorkers’ in Galerie ArtSite, Haarlem, 8 t/m 28 september 2006

Menno Ravenhorst: momenten die er niet toe doen

Bij Galerie ArtSite exposeert een in Haarlem geboren kunstenaar die tegenwoordig in Amsterdam woont maar zijn hart verpand heeft aan New York. Menno Ravenhorst (1959) ruilde bij het zwerven de Leidsevaart in voor de Hudson en ontmoette er Claire, een Amerikaanse dame met wie hij trouwde.
 
De eigenzinnige stadsgezichten en straatbeelden die hij nu in Haarlem laat zien hebben alles te maken met zijn liefde voor haar en New York. 'Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een metrostation uitstapte in Manhattan’, zegt hij. ‘Meteen had ik het gevoel in een klassieke Amerikaanse film te zijn aanbeland: rook uit de putten, de geur van gepofte kastanjes, die drukte. Een fantastische sfeer.'
 
Een of twee keer per jaar verblijft hij met zijn vrouw in New York, bij haar familie of bij vrienden. 'Ik ben altijd vroeg wakker en ga dan meteen op stap. Dwaal rond in de stad, hoewel ik goed weet waar ik heen wil hoor. Je voelt in die stad een enorme energie, iedereen is altijd bezig met allerlei dingen, wat natuurlijk ook wel moet om er te kunnen overleven. Je hebt er fantastische musea en het licht is er prachtig. Willem DeKooning noemt dat het North Atlantic Light.
 
'Mijn favoriete plekken? Brooklyn Heights, vanwege het klassieke uitzicht, daar moet je geweest zijn. De kabelbaan naar Roosevelt Island, die is ook bijzonder. En East Village. Dat is ontzettend aan het veranderen. Toen ik er voor het eerst kwam zag je er nog veel punks en junks, nu vooral veryupte studenten.'
 
Ravenhorst studeerde aan de Rietveldacademie en werkte vervolgens eerst jarenlang voor een groot reclamebureau, voordat hij besloot verder te gaan als zelfstandig kunstenaar. Ook sindsdien deed hij nog wel dingen 'voor de markt'. Hij maakte onder meer tekeningen voor Trouw en Vrij Nederland en is aangesloten bij het zogeheten ABC van beeldleveranciers, een losse groep kunstenaars, fotografen en vormgevers die in opdracht visuele producties maken. Maar het schilderen staat bij hem voorop.
 
Voor het maken van zijn New Yorkse schilderijen kwam hij op het idee door het zien van Amerikaanse films. Hij werd getroffen door sommige terloopse shots, die schijnbaar toevallige, dagelijkse straatbeelden van New York lieten zien. Ravenhorst: 'Zo’n beeld sloeg eigenlijk nergens op, maar ik vond het wel het mooiste shot uit de hele film. Geen situaties waar je als toerist foto’s van maakt. Toevalsdingen, een moment dat er niet toe doet. Die zijn erg bepalend voor de sfeer van de stad. En dat zoek ik ook in mijn schilderijen. De clichébeelden komen er toch wel in, zoals een schoolbus of een taxi. Maar ik ga geen vergezicht met het Empire State Building of zoiets schilderen.'
 
Zijn schilderijen (gemaakt met olieverf) ogen op het eerste gezicht uiterst realistisch. Het lijken wel snapshots, uit de losse pols en op willekeurige momenten geschoten. Geschilderd in heldere, verzadigde kleuren en met zeer sterke contrasten. Ravenhorst gaat hierbij bijzonder weloverwogen te werk. Ter plekke maakt hij schetsen of foto’s. Veel tijd daarvoor is er overigens niet, zegt hij. 'Vanwege het verkeer of doordat ik in een verkeerde buurt sta.'
 
Terwijl het is alsof we naar foto’s kijken, heeft Ravenhorst bepaalde lichamelijke kenmerken van de afgebeelde mensen juist versterkt, waardoor hun individualiteit benadrukt wordt. Zoals een oudere vrouw met een uitgezakt lichaam of een jonge vrouw met een zwembandje boven haar broekriem. 'Maar niet teveel, want het moet niet gaan opvallen', lacht hij.
 
Invloed van zijn reclametijd is er in deze schilderijen nog wel, denkt hij. 'De kleuren en het keihard tegen elkaar zetten van dingen. Dankzij de reclame heb ik ook aandacht gekregen voor typografie, met name de belettering in het straatbeeld.'
 
Onbewust gaan de gedachten uit naar Edward Hopper. Net als Ravenhorst koos deze beroemde Amerikaanse schilder ogenschijnlijk gewone, dagelijkse situaties als thema en voerde hij een trefzekere vereenvoudiging door in de weergave van mensen, gebouwen, voorwerpen enzovoort. Ravenhorst trekt een bedenkelijk gezicht. 'Dat hoor ik wel vaker. Waar ik me bij Hopper aan erger is hoe hij mensen schildert. Bijna als poppen. Er is zo’n schilderij van een vrouw die voor een raam op een bed zit … Door mijn personages individualiteit te geven probeer ik dat juist te vermijden.'
 
'Maar eigenlijk vind ik het vervelend om over mijn schilderijen te praten. Probeer er zelf maar iets bij te verzinnen, denk ik altijd. Ik heb liever dat mensen er hun eigen verhaal bij maken. Net zoals je in de metro zit en je afvraagt wat er achter al die gezichten zit. Van iemand die ik ooit een schilderij had verkocht hoorde ik later dat hij de figuren op mijn schilderij namen had gegeven! Dat is wat ik natuurlijk graag hoor.'