Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

Rob van Koningsbruggen


Rob van Koningsbruggen, z.t.


Recensie in Haarlems Dagblad, 30 januari 2009, n.a.v. de tentoonstelling in Galerie Tanya Rumpff, Haarlem, januari-februari 2009

Rob van Koningsbruggen in Galerie Tanya Rumpff
 
Rob van Koningsbruggen is voornamelijk bekend als schilder van abstracte, kleurige doeken. Aanvankelijk stond hij zich erop voor dat deze langs ‘informele’ weg tot stand waren gekomen. Dat wil zeggen: het toeval speelde een grote rol bij het schilderen. Zo schuurde hij doeken tegen elkaar aan om pendanten te vormen, waarbij het voor hem ook een verrassing was hoe de werken eruit kwamen te zien. Later doken er steeds vaker bolvormen, rechthoeken en andere geometrische figuren in zijn werk op. Zich manifesterend als een durfal genoot Van Koningsbruggen (geboren in 1948) in de jaren tachtig de bekendheid van een komeet.
 
Dat is voorbij, en om deze hoogtijdagen draait het bij de tentoonstelling in Galerie Tanya Rumpff dan ook niet. Wat we zien is een kalme, bedachtzame verzameling werken op papier uit de jaren rond 1970, de beginperiode van zijn kunstenaarschap. Aangevuld met een drietal breiwerken van dezelfde ouderdom en, toch, ook twee kleurrijke olieverfschilderijen, waarvan eentje uit 2007. Zo kunnen we in gedachten de cirkel van zijn oeuvre sluiten, en beschouwen hoe het begon, en waar hij nu staat.
 
Het mooie is dat je op de kleine schaal van zijn tekeningen al datgene ziet wat zich daarna in zijn exuberante schilderijen openbaren zou. De tekeningen bestaan veelal uit ragfijn opgebrachte, zich herhalende patronen en structuren, waaruit zowel iets machinaals als een bijna obsessieve ambachtelijkheid spreekt. Een gordijn van een eindeloze hoeveelheid violen (dat wil zeggen het snaarinstrument), of de morsecode die ontstaat bij het op papier met Oost-Indische inkt vastleggen van de tikjes van een pingpong balletje (Tafeltenniswedstrijd, 1970).
 
Van deze werken is het maar een kleine stap naar de gebreide wandobjecten van grijze wol (inclusief een metalen breipen), die Van Koningsbruggen in deze periode ook maakte. Los gezien van hun materiaal, of aanleiding, verwijzen ook deze naar iets anders: organische groeiprocessen misschien? Goed, van een afstandje zien ze eruit leisteen. Het is deze associatieve kracht die de verbindende schakel vormt met de werken op papier, die het geleidelijke proces van figuratie naar abstractie illustreren.
 
De twee getoonde grote schilderijen vormen dan het symbolische begin- en eindpunt van Van Koningsbruggens coloristische oeuvre – ofschoon hij nog langs niet uitgeschilderd is. Het ene doek, uit 1972, ademt de introverte concentratie uit de begintijd. In het jongste werk, een bloemachtige compositie in stralende kleuren, is die strengheid schijnbaar vervangen door een vloeiend gemak.