Wim de Wagt

Architectuurhistoricus, schrijver, journalist

Theo Baart


Uit: Bouwlust


 
Interview in Haarlems Dagblad, 30 januari 1999, n.a.v. het fotoboek Bouwlust, The urbanization of a polder en de bijbehorende tentoonstelling in het NAi te Rotterdam, februari-april 1999
 
 
Hoe een boerendorp uit moest groeien tot modelstad. De 41-jarige Theo Baart heeft als kind met eigen ogen gezien hoe de verstedelijking Hoofddorp in zijn greep kreeg. ‘Het vroegere Hoofddorp was niet groots, het was bepaald geen Venetië’, zegt hij. ‘Maar het had wel een zekere charme. Door de bouw van nieuwe wijken vanaf de jaren zeventig veranderde alles dramatisch. De traditionele inwoners werden een minderheid in hun eigen omgeving. En het tempo waarin dit gebeurde was zeer hoog. Wat elders een heel mensenleven duurt, gebeurde hier in nog geen twee decennia.
 
'De schoonheid van het polderlandschap is fascinerend. Als jongen reed ik altijd op de fiets naar de middelbare school in Badhoevedorp. Het is toch uniek dat je vanuit de Haarlemmermeer tegelijk de duinen, Groenedaal in Heemstede en de St. Bavo in Haarlem kunt zien?'
 
'Mij boeit de manier waarop dit landschap gebruikt wordt, en de veranderingen die erin zichtbaar worden als gevolg van dit gebruik. In de Haarlemmermeer is dat de verandering van een agrarisch landschap in stedelijk gebied. Deze functieverandering speelt zich natuurlijk in de hele Randstad af. Overal heerst opruimwoede. Nederland is, buiten de historische stadskernen, een vrijplaats voor afbraak en nieuwbouw. Maar de schaal waarop de verstedelijking in de Haarlemmermeer heeft plaatsgevonden, is uniek. Nergens vind je dit verschijnsel zó ingrijpend, en zó complex.’
 
Baart typeert zijn fotoboek, waarin hij dit proces heeft willen documenteren, als een ‘tussenverslag van een oneindig project’. In de inleiding schrijft hij: ‘Ik word niet gedreven door heimwee naar het oude dorp of het ‘onaangetaste’ landschap, maar meer door de verbazing dat de vooruitgang zich blijkbaar op deze wijze en in dit tempo manifesteert.’
 
Wat is het dat hem zo verbaast? Baart: 'De bestuurders uit de jaren zeventig en tachtig kwamen voort uit de boerenbevolking in de polder. Overdreven gesteld waren het de boeren zelf die hun land opgaven. Alles gebeurde onder hun eigen verantwoordelijkheid. Later namen mensen en bedrijven van buiten de polder het van hen over. Wat ik mis in dit proces is de reflectie op de eigen cultuur en identiteit.'
 

'Het landschap is liefdeloos behandeld. De polder is gebruikt als een wingewest, een wegwerpartikel. Gebruikslandschap. Eerst waren het de boeren, nu zijn het bedrijven als Microsoft. Ik begrijp het wel. Het is een onhoudbaar proces. Maar toch, het polderlandschap heeft z’n eigen karakter. Met z’n verre zichtlijnen en die strenge, strakke indeling. Zo’n landschap past bij onze cultuur en zegt veel over onze rationele manier van denken.’

Hardnekkig vooruitgangsideaal
 
Door nostalgie wordt hij niet gedreven, zegt hij met nadruk. ‘Met veranderingen heb ik op zich geen moeite. Zoals bij Hoofddorp ziet het platteland er tegenwoordig overal uit. Wie dit niet wil inzien, sluit zijn ogen voor een belangrijke ontwikkeling in de ruimtelijke ordening van Nederland. En tegen iedereen die met dédain over het huidige Hoofddorp praat, zeg ik: In al die jaren dat ik er fotografeer ben ik nog nooit iemand tegengekomen die niet met plezier in een nieuwbouwwijk van Hoofddorp woont.'
 
'Maar, als je iets wilt veranderen, voeg dan iets bijzonders toe. In Hoofddorp en omgeving heeft altijd de kwantiteit voorop gestaan, niet de kwaliteit. Het winkelcentrum moest, ten behoeve van de omringende nieuwbouwwijken, per se in het oude dorpshart komen. Zonder enig plan is er gesloopt: scholen, het belastingkantoor, boerderijen, noem maar op. Er heerste een hardnekkig vooruitgangsideaal. Al het oude was fout, al het nieuwe goed. En die opvatting geldt nog steeds, want de afbraak gaat onverminderd door.’
 
Opvallend genoeg komt Schiphol slechts sporadisch in de fotodocumentatie voor. Baart: 'Schiphol is zo groot, zo veelomvattend, dat je er een apart boek over zou moeten maken.' Toch doet de aanwezigheid van de luchthaven zich voelen: op sommige foto’s is in de verte de skyline te zien. Baart: 'Eigenlijk is Schiphol in het hele boek aanwezig. Want dit is wat Schiphol doet. De groei van Hoofddorp, de bouw van kantoren en bedrijven, en het ruimtelijke beleid in het algemeen, worden natuurlijk door Schiphol gedicteerd.’
 
Baart wil met zijn boek en de tentoonstelling oproepen tot bezinning over hoe er moet worden omgegaan met wat er nog over is van de oude agrarische gemeenschap en het bijbehorende land. 'Ik zou de bestuurders willen vragen: is dit wat we willen met de Haarlemmermeer? Als jullie het over konden doen, zou je het dan weer zo doen? En wat moet er verbeterd worden? Ik vind dat het waardevolle bewaard moet blijven. Want de geschiedenis van de Haarlemmermeer is al grotendeels verdwenen. En van de nog te bouwen uitbreidingswijken moet iets fantastisch gemaakt worden. Echt, je krijgt er later spijt van, als je de geschiedenis wegpoetst zoals hier wordt gedaan.’