Waar blijft het Nationaal Holocaustmonument?


Memoriale de la Shoah, Parijs


Opiniestuk gepubliceerd in Het Parool, 20 april 2016


Nadat het Nederlands Auschwitzcomité in 2014 zijn plan presenteerde voor een Nationaal Holocaustmonument in het Wertheimpark brak een storm van protest los. Op dit monument moeten de namen komen van alle ongeveer 102.000 door de nazi’s vermoorde Nederlandse Joden en de 220 vermoorde Sinti en Roma. Het verhaal van de holocaust wordt tot nu toe in Nederland nergens aan de hand van het leed van alle individuele slachtoffers verteld.

Het 5 miljoen euro kostende namenmonument moet worden bekostigd door fondsenwerving én door de namen van de slachtoffers ‘te laten adopteren’ door particulieren. Naar verwachting zijn het vooral nabestaanden die dit laatste op zich zullen nemen. Voorlopig is er nog een fors gat op de begroting.

Vooral buurtbewoners tekenen protest aan tegen het monument, hierin bijgestaan door de weduwe van Jan Wolkers, Karina Wolkers. In het park ligt al het door Wolkers ontworpen Spiegelmonument, dat er in opdracht van datzelfde Auschwitzcomité werd geplaatst. Het ontwerp voor het namenmonument is gemaakt door de Amerikaanse architect Daniel Libeskind. Vanwege de controverse over het Wertheimpark maakt het stadsbestuur nu een inventarisatie van verschillende andere mogelijke locaties voor het gedenkteken.

Het is schrijnend dat de verwezenlijking van het Holocaustmonument nu al zo lang op zich laat wachten. De indruk ontstaat alsof het hier om een lokale ruzie en plaatselijke belangen gaat, terwijl we het wel hebben het over ons nationale verleden. Daar lijkt helaas niet iedereen van doordrongen. En hoe is het mogelijk dat de regering zich afzijdig houdt en tot nog toe geen enkele financiële steun heeft toegezegd aan de initiatiefnemer?


Het vermelden van namen op Joodse monumenten is eigenlijk een tamelijk recent gebruik. Direct na de oorlog was er bij herdenkingen zelfs nauwelijks aandacht voor het lot van individuele Joden. Er was ook maar weinig begrip voor het uitzonderlijke leed dat deze bevolkingsgroep was aangedaan. Joodse overlevenden werden na de bevrijding overdreven zakelijk en soms zelfs vijandig benaderd door overheden en instellingen als het ging om de teruggave van onroerend goed en persoonlijke bezittingen of de financiële afwikkeling van hun zaken.

Eind 2015 publiceerden de NIOD-medewerkers Hinke Piersma en Jeroen Kemperman Openstaande rekeningen. De gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel. Hierin stellen zij de hardvochtige houding en handelwijze van Amsterdam in dergelijke kwesties aan de kaak. Een en ander kan moeiteloos worden getransponeerd naar andere Nederlandse gemeenten. Wat blijft er eigenlijk nog over van het ooit rooskleurige Nederlandse zelfbeeld, als het gaat om tolerantie en solidariteit jegens de Joden?

Het is deze onverschilligheid en miskenning die bij een groot deel van de Joodse gemeenschap tot ongemakkelijke gevoelens en terechte kritische vragen leidt. Waarom heeft de overheid nooit het voortouw genomen voor een Holocaustmonument? Waarom moeten de Joden hun grote gemeenschappelijke grafsteen zelf betalen, terwijl de overheid, ambtenarij en veel niet-Joodse Nederlanders tijdens de bezetting bar weinig hebben gedaan aan de bescherming van de Joden, of zelfs hebben meegewerkt aan hun deportatie? Intussen houdt de regering zich muisstil, in plaats van haar verantwoordelijkheid te nemen en mee te helpen aan de oprichting van het Holocaustmonument.


Het Auschwitzcomité verwijst naar andere landen om ‘Nederland’ onder de neus te wrijven dat het in gebreke blijft, en daarin heeft het gelijk. België, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Duitsland hebben al jaren hun nationale Holocaustmonumenten en –musea. Begin vorig jaar maakte de Engelse regering bekend 50 miljoen pond uit te trekken voor een hypermodern ‘Holocaust Memorial and Learning Center’ in hartje Londen pal naast het Britse parlement. Nederland staat dus op achterstand. En dat voor een land waar in bezet West-Europa verhoudingsgewijs het grootste aantal Joden werd gedeporteerd en vermoord.

De regering moet zich daarom publiekelijk committeren aan het initiatief en de beurs trekken. In één oogopslag wordt straks de omvang van de vernietiging duidelijk. Bij elkaar een halve kilometer aan namen. Wie zich hier nog geen voorstelling van kon maken, kan het dan zeker wel. Zodat ook jongeren, met inbegrip van de jongeren van Marokkaanse en Turkse komaf, de geweldige impact van de tragedie ervaren. Van een collectieve herdenkingsplaats kan zo een sterke vermanende of educatieve werking uitgaan.

En het Amsterdamse stadsbestuur moet de initiatiefnemer de plaats gunnen die hij het beste vindt voor het monument. En dat is het Wertheimpark. Een gedenkteken in het hart van het Joods Cultureel Kwartier, in de buurt waar de meeste vermoorde Joden woonden. Libeskinds ontwerp neemt hooguit 9 % van het park in beslag en het Spiegelmonument wordt er zeker niet door in de schaduw gesteld, zoals sommige bezwaarmakers beweren.

Hoe trek je lessen uit de geschiedenis? Door hier eerlijk over te zijn en morele moed te tonen.


http://www.parool.nl/opinie/waar-blijft-het-holocaustmonument~a4286244/